De wereld volgens Gert-Jaap…

Archive for juni, 2016

Wind energie heeft géén toekomst, ook niet met mega turbines.

dinsdag, juni 28th, 2016

Afgelopen week werd bekend dat de belangen club voor wind exploitanten (NWEA) de opbrengst van de turbines willen verhogen door deze steeds hoger te maken – tot wel 350 meter http://bit.ly/290xBEu. ‘De windenergie branche innoveert nog steeds en wind is bewezen techniek’.

Dat innoverend vermogen is nogal beperkt en bewezen technologie is het zeker. De eerste windturbine stond in 1180 in Roermond.

Van de energie die in wind opgesloten zit, kan maximaal 59,3% worden geconverteerd naar stroom (Wet van Betz). Een moderne windturbine realiseert 80% van dat theoretisch maximum, een onvoorspelbaar hoog percentage. Niet zo raar, want met een leercurve van meer dan 800 jaar mag je toch aannemen dat we weten hoe het werkt. Het technisch innovatie potentieel is daarmee wel benut en is wind technologie met recht fossiele technologie.

Verdubbeld de lengte van de rotorbladen van een windturbine, dan neemt de oppervlakte waar wind energie kan worden afgevangen kwadratisch toe. Een gevalletje van Pi maal de straal in het kwadraat. Het wind vermogen is verder de derde macht van de gemiddelde windsnelheid (de energie).

Neemt de windsnelheid met de helft af, dan daalt de opbrengst tot vrijwel nul. Ongeacht de grootte van de rotorbladen, het waait domweg niet hard genoeg. Het energie rendement waarmee die hoeveel wind kan worden omgezet in stroom neemt ook al niet toe.

De economische opbrengst van windenergie is een relatief eenvoudige rekensom; Hoeveelheid windenergie * conversie rendement * opbrengst per kWh. Voor de winst bepaling dienen daar nog de kosten vanaf te worden getrokken. Het maximale conversie rendement (de 80% van het theoretisch maximum) is nu wel bereikt, dus resteren slechts de hoeveelheid wind en de prijs per kWh.

De hoeveelheid wind die je kunt afvangen met een turbine is uiteraard afhankelijk van de lengte van de rotorbladen. Vandaar ook dat de windturbines steeds hoger worden – in de huidige voorstellen tot 350 meter hoog. Een dergelijke turbine kan een rotorlengte van zeg 150 meter hebben en dus veel meer wind energie afvangen.

Het economisch rendement van een windturbine neem dus toe met de hoogte. Of omgekeerd, voor dezelfde hoeveelheid stroom heb ik minder turbines nodig. Minder asfalt om erbij te komen, minder kilometers net-aansluiting, minder marketing, minder personeel etc. Vandaar ook dat windturbines in clusters worden neergezet. Deel de overhead over zoveel mogelijk turbines bij elkaar – hoe meer hoe beter.

Onafhankelijk van fysieke beperkingen – ze storten uiteindelijk onder hun eigen gewicht gewoon in – kennen hogere windturbines ook andere nadelen. De kosten daarvan nemen ook kwadratisch toe. Een turbine die twee maal zo hoog is kost vier maal zoveel. De winst van een grotere ‘wind afvang’ oppervlakte waait dan nogal snel weg. Letterlijk.

Dat is overigens een effect wat bouwers van wolkenkrabbers maar al te goed herkennen. Als de wolkenkrabber maar hoog genoeg wordt, heb je uiteindelijk zoveel liften nodig, dat er geen exploitabele ruimte meer overblijft. Technisch kan het wel, economisch alleen niet.

Naar eigen zeggen – door de turbine producenten – kunnen de kosten van deze megaturbines wel met 40% omlaag door te standaardiseren en de productie op te schalen. Om de gewenste schaalgrootte te bereiken moet er voor 4000 MegaWatt aan vermogen per jaar aan turbines worden bijgeplaatst. De kostprijs zou dan dalen tot circa 10 cent per kWh.

Het verhogen van het economisch rendement door het verhogen van de turbines is op zijn minst nogal beperkt. De conversie naar stroom van de afgevangen wind energie evenzeer. Blijft alleen over de opbrengst per kiloWattuur om een rendabele wind-energie business case te bouwen.

De marktprijs voor stroom is al sinds 2008 aan het dalen (nu circa 2,5 cent per kWh) en neemt die marktprijs straks toe omdat de geproduceerde stroom ‘groen’ is? Nou, nee, niet bepaald. De opbrengst voor onze megaturbine in harde euro’s neemt alleen maar verder af, er is namelijk een woest surplus aan stroom. De marktprijs voor stroom is zo hard gedaald, dat de oudere turbines stil gezet worden. Zij kunnen van die gratis wind niet langer rendabel stroom leveren.

De oorzaak daarvan is vrij eenvoudig. Wanneer het niet waait of domweg donker is, willen we wel graag stroom. Het ‘grijze’ stroomcircuit – in Nederland vooral kolen centrales – draait dus gewoon door. Onze windturbines voeren dus vooral stroom capaciteit toe aan de markt en vervangen geen kolencentrales. Aanbod stijgt, vraag blijft gelijk, prijs daalt. Economie HAVO-2 – zie ook bijvoorbeeld het CBS bericht van vandaag http://bit.ly/29jOnhK

Ook de overheid kan dit niet oplossen door kolencentrales te sluiten. Dan hebben we immers 75% van de tijd geen stroom. De gekozen oplossingsrichting – het wegsubsidiëren van de exploitatie verliezen van weersafhankelijke stroom (wind & zon) is dan ook kwalijk duurzaam te noemen. Wanneer de subsidie ophoudt, staat de windturbine stil. Zo is bijvoorbeeld de hoeveelheid biomassa-stroom afgenomen na het beëindigen van de MEP subsidies.

Weersafhankelijke stroom is dus geen oplossing, maar onderdeel van het probleem. Ook megaturbines gaan niet helpen, hoe graag de leden van de NWEA de subsidie stromen daarmee annex ook aan de business case toevoegen. Windturbines op land of op zee hebben domweg geen toekomst. Hoe hoog we ze ook zouden maken.

En de wolven blijven huilend achter in het bos

woensdag, juni 22nd, 2016

In zijn column voor RTLZ verhaalt Henri Bontebal (werkzaam als bezoldigd duurzame profeet bij het netwerk bedrijf Stedin) vol enthousiasme over het kantelen van de fossiele industrie naar een duurzaam Utopia. Daarbij de groene activistische clubs in verwarring achterlatend. U vindt die column – met als titel ‘Snapt u het nog?’ hier http://bit.ly/28MISqE

Helaas, dat duurzame Utopia bestaat niet. De werkgevers organisatie heeft een nieuw plan – visie – zo u wilt, gelanceerd. Onder de titel ‘NL-next-level’ – http://www.nl-nextlevel.nl/. Daarin wordt er van alles en nog wat verduurzaamd, er ontbreekt alleen nog een stukje. Namelijk alles achter het Euro teken, wie gaat het betalen?

Bij de totstandkoming van het energieakkoord heeft er van alles en nog wat aan tafel gezeten. Tot en met het bestuur van de lokale visvereniging uit Juinen. De enige die ontbrak was degene die de rekening van dat energieakkoord krijgt, de burger. Die was niet uitgenodigd. De democratische vertegenwoordiging van die burger – de Tweede Kamer – heeft er nooit over kunnen stemmen. Het is dan ook geen energie akkoord maar een energie dictaat.

Het uitdelen van gratis geld van anderen is blijkbaar goed bevallen. De voorstellen van de werkgevers organisatie zijn dan ook dien overeenkomstig. De pensioen potten moeten €100 miljard op het kleed leggen en de overheid €7,5 miljard per jaar, minstens 10 jaar lang. Diezelfde overheid moet de risico’s op de duurzame projecten wegnemen en het rendement op de investeerders garanderen (circa 12%).

Maar waar ondernemen de initiatiefnemers dan nog? Wie wil er geen duurzame dromen realiseren zonder risico’s, maar met een – door de belasting betaler – gegarandeerd rendement? Het pensioenfonds PGGM heeft inmiddels al ruim een miljard euro van haar deelnemers verloren met de deelname in windparken in midden Amerika. De groene adepten hebben inmiddels geleerd dat wie er geld wil verdienen aan een casino er maar beter ééntje kan beginnen. Ook daar is het groene ‘Zero’ vakje voor ‘de bank’.

Zo wordt ook enthousiast gereageerd op Shell, die ‘opeens’ in windparken wil investeren. Maar de vraag stellen – hoeveel gaat Shell in windparken investeren wanneer de subsidies op zijn – is hem beantwoorden. Niets. De aandeelhouders willen gewoon rendement en het PGGM – ook aandeelhouder – heeft nog wat goed te maken. 97% van de aandeelhouders verwees de groene resolutie vooral resoluut naar de prullenbak http://bit.ly/28PkPu4.

‘Volkswagen zet nav Dieselgate vol in op elektrische auto’s’. Dat klopt, alleen wel met een kleine nuance. Het prijsverschil tussen de gewone benzine/diesel Volkswagen en de elektrische evenknie moet worden weggesubsidieerd. Bij de andere automerken overigens hetzelfde verhaal. En wie betaalt die gewenste subsidie .. juist, de belastingbetaler.

Maar wat gebeurt er wanneer die belasting betalers er geen zin meer in hebben en wanneer de subsidie regelingen kopje onder gaan door het eigen succes? Het politieke geheugen van onze groene adepten is blijkbaar kort, want dat is precies wat er in 2006 gebeurde. Op 17 augustus 2006 werd van het ene moment op het andere de zogenaamde MEP subsidie regeling door de staatssecretaris Joop Wijn afgeschaft. Honderden duurzame projecten – vooral vergisters – konden terug het archief in. Zonnepanelen troffen een vergelijkbaar lot.

Wel Henri, ik snap het uitstekend. Zoals premier Thatcher het ooit al verwoordde – duurzame dromen houden uiteindelijk op wanneer het gratis geld van anderen op is. En ik voorspel je dat dat wel eens veel eerder kan zijn dan een ieder vermoedt. Met de verkiezingen in de USA voor de deur, in 2017 de verkiezingen in Duitsland, Frankrijk en Nederland – wachten de duurzame subsidies hetzelfde lot als de MEP in 2006. De transitie naar Utopia zal schokkend tot stilstand komen en de wolven blijven huilend achter in het bos.

Ook ‘groene’ dromen zijn bedrog

donderdag, juni 16th, 2016

Via ‘ingezonden – Wacht niet op Thorium’ reageert het Friese PvdA Statenlid Hetty Janssen op de provinciale energie expertmeeting en het Thorium hoofdstuk daarin. De gebruikelijke one-liners komen daarbij weer eens voorbij, zoals ‘onze aarde gaat in no-time naar de klote’ en mijn kinderen zullen daarvan als eerste het slachtoffer zijn. De ingenieur Theo Wolters zou ruiterlijk toegegeven hebben dat thoriumcentrales nog tientallen jaren op zich laten wachten. Niets is minder waar.

PvdA Statenlid Hetty Janssen geeft zaken onjuist weer.

PvdA Statenlid Hetty Janssen geeft zaken onjuist weer.

Nu winkelt de PvdA wel vaker selectief, maar deze is wel wat bijzonder. Ik kan het weten, want ik zat er zelf bij. Dhr. Wolters heeft om te beginnen keurig aangetoond dat de wind- en zonnestroom plannen de autonome groei van de vraag naar energie niet kunnen bijbenen. Het IEA (International Energy Agency) voorspelt dat in de ‘best case’ in 2040 windstroom voor 1,7% in de energie behoefte kan voorzien.

In 2013 was dat 0,4% – om de factor wind maar even voorzichtig te duiden (en zon overigens nog minder, slechts 0,1%). Elk enthousiasme voor wind en/of zonnestroom is dan ook volkomen misplaatst. De tientallen miljarden aan subsidies die daarmee gemoeid zijn, dus ook. Weggewaaid belastinggeld. Letterlijk.

Het is dan ook om precies die reden dat de landen om ons heen ophouden met die malle molens. Duitsland is de zo geroemde Energiewende aan het afbouwen, Denemarken heeft de bestaande wind op zee plannen eerst maar even 10 jaar uitgesteld (http://bit.ly/1UyixR3) en Zweden heeft net besloten om ipv windmolens een tiental kerncentrales te bouwen (http://bit.ly/1XrZcTY). Dát is de duurzame realiteit. Ook ‘groene’ dromen zijn vooral een kostbaar bedrog, waar mijn kinderen straks wél last van hebben.

Dhr. Wolters heeft verder keurig aangegeven dat de tweede – inherent veilige – gesmolten zout reactor, binnen een jaar of acht gereed zal zijn. De eerste heeft in de jaren zestig naar volle tevredenheid een vijftal jaren gedraaid. Die produceerde alleen geen kernwapen Plutonium, de reden waarom Amerika ermee ophield. De Thorium variant daarvan zal nog iets langer op zich laten wachten. Wellicht zelfs 20 jaar, waarschijnlijk minder.

Onze wereld gaat ook niet in ‘no-time’ naar de klote. De dames en heren klimaat wetenschappers hebben allang geconstateerd dat CO2 amper invloed heeft op ‘het klimaat’. In de middeleeuwen was er politieke consensus over het gegeven dat de aarde plat was. Er zijn blijkbaar politici die sindsdien weinig progressie hebben doorgemaakt.

Wie – totdat de nieuwe kerncentrales operationeel zijn – toch minder CO2 wil uitstoten, kan maar beter de bestaande kolencentrales moderniseren. Niet sluiten. Het energie rendement van een moderne kolencentrale ligt 20% hoger dan bij een oude. Zo zijn de nieuwe Nederlandse kolencentrales de schoonste van de wereld, met 20% minder kolen produceren ze evenveel stroom. Daarmee is de doelstelling van 20% minder CO2 uitstoot in 2020 ruim gehaald.

De wereld om ons heen zet inmiddels wel vol in op de volgende generatie kernenergie, waaronder Thorium. Maar in Friesland hebben we gelukkig de PvdA nog, om de toekomst uit te stellen.

Wind- & zonnestroom hebben geen waarde. Waardeloos. Letterlijk.

woensdag, juni 1st, 2016

De duurzame adepten zien graag 100% weersafhankelijke stroom met daarbij wind- & zonnestroom als hoofdmoot. Daarbij verschijnen te pas en te onpas allerlei enthousiaste mededelingen als ‘Portugal vier dagen volledig op zonnestroom’ (http://bit.ly/1WXwZE1) of Duitsland op 1e pinksterdag bijna een kwartier volledig op windstroom. Daarbij suggererend dat een combinatie van weersafhankelijke wind- & zonnestroom voldoende zou zijn om ‘fossiele’ centrales mettertijd uit te kunnen faseren. Helaas, was het maar zo simpel.

Als we maar genoeg windturbines neerzetten, dan kunnen de kolencentrales dicht. Om zo het credo van de klimaat gelovigen maar even samen te vatten. De neutrale toeschouwer – zoals ik mijzelf beschouw – wordt daarbij beticht van ‘vuilspuiterij’, ‘tuig van de richel’ en moet ‘het land worden uitgetrapt’. Een weinig verheven bijdrage aan de discussie en bovendien niet getuigend van de kracht van het argument. Maar dat terzijde.

De doelstellingen waren in beginsel gericht op minder CO2 uitstoot, de 20-20-20 doelstelling. 20% Minder CO2 uitstoot in 2020 te bereiken door 20% meer ‘duurzame’ energie en energiebesparing. De gedachte daarachter lijkt logisch, maar blijkt in de praktijk weerbarstig. Meer weersafhankelijke stroom (stroom is daarbij overigens slechts 17% van onze energiebehoefte) heeft méér CO2 uitstoot tot gevolg en niet minder.

Niet alleen in Nederland, maar ook in Duitsland of Frankrijk. De Scandinavische landen vormen daarop een uitzondering om een voor de hand liggende reden – waterkracht. Plus natuurlijk relatief weinig inwoners.

Meer weersafhankelijke stroom leidt tot meer CO2 uitstoot

Meer weersafhankelijke stroom leidt tot meer CO2 uitstoot

Willen we de energievoorziening van Nederland vergroenen, zul je de zogenaamde baseload moeten vergroenen. Het toevoegen van weersafhankelijke stroom is daarbij een zinloze exercitie. Windstroom heeft een productiefactor van 22% (wind op land) en 36% (wind op zee), zonnestroom heeft een productiefactor van 10%. Dat kan middels technologische innovaties nog wel iets stijgen, maar geen tientallen procenten. Tenzij we uiteraard de wetten der fysica willen onderwerpen aan de wetten van de kansel.

Naarmate we meer weersafhankelijke stroom – zwaar gesubsidieerd – toevoegen aan het aanbod, zonder dat de vraag daarnaar toeneemt, daalt de prijs van die stroom (Economie HAVO-2). De consument betaalt een lagere stroomprijs, maar daarboven de steeds hogere subsidie aan de groene stroom producent. Per saldo vliegt de consumentenprijs voor stroom door het plafond. Die lagere marktprijs heeft vrijwel direct een hogere duurzame belasting tot gevolg.

Sinds 2012 betaalt de Duitse stroom consument meer aan de duurzame opslag per kWh dan voor de feitelijke marktprijs daarvan. Stroom is vrijwel gratis, alleen de groene emotie daarmee annex alles behalve. Dat gaan we in Nederland ook zien, er wordt alleen al in 2016 voor €2.500,- per huishouden aan groene verplichtingen aan gegaan. De uitvoering van het energieakkoord gaat ieder gezin grofweg €12.000 kosten, waarvan onze kinderen en klein kinderen de blauwe incasso enveloppe gaan krijgen.

Een lagere stroomprijs wordt gecompenseerd door meer duurzame belasting

Een lagere stroomprijs leidt tot hogere duurzame belasting

De voorbeeldlanden Duitsland en Denemarken kennen de hoogste energie tarieven ter wereld. Ruim twee derde van die rekening bestaat uit duurzame belasting en dat wordt alleen maar meer. Het is dan ook niet abusievelijk dat beide landen (maar ook Zweden http://bit.ly/1WW6wFC en China) vol op de remmen gaan staan bij de uitbreiding van het groene stroom areaal. In China wordt windstroom inmiddels beschouwd als afval, ze kunnen het niet meer kwijt op het net (http://reut.rs/1q76Ft8).

De Duitse Energiewende is dé facto voorbij, Duitsland zoekt alleen nog een charmante manier om dat te laten landen. In Denemarken een vergelijkbaar verhaal http://bit.ly/1O3fAqW. Ons aller PvdA Tweede Kamer lid – Dhr. Jan Vos – verhaalt telkenmale met verve dat wind-energie in Denemarken is aanbesteed onder de prijs van ‘fossiele’ energie. Hij zal nu moeten toelichten waarom datzelfde Denemarken een vijftal geplande offshore windparken van de agenda heeft verwijderd. De Deense economie en consument hebben namelijk zwaar te lijden onder de duurzame aspiraties van de groene idealisten.

Door de voorrang van groene stroom op het net, was afgelopen jaar de stroomprijs al meermaals negatief. Producenten betalen liever, om van hun afval-stroom af te komen, zolang de subsidie het verlies dekt.

16 cent per kWh kost het, om van je duurzame stroom af te komen.

16 cent per kWh kost het, om van je duurzame stroom af te komen.

Zondag 8 mei in Duitsland was daarvan een schrijnend voorbeeld. Onze Duitse energie leveranciers leverden stroom onder bijbetaling van 16 cent per kWh. Gedurende een paar uur was Duitsland weliswaar voor 80% groen, het heeft de Duitse consument alleen een vermogen gekost. Ons staatsbedrijf TenneT – de net beheerder – heeft over 2015 een slordige half miljard moeten uitbetalen aan groene wind boeren met een groen idealistisch contract. Om vooral alstublieft géén stroom te leveren.

Tegelijkertijd kun je geen kolen- gas- of kerncentrales sluiten. Zaterdag 28 Mei waaide het amper en zonne-stroom doet het ’s avonds echt niet. 78% van de tijd waait het niet of niet genoeg en door het jaar heen is het 50% van de tijd gewoon donker. Namelijk ’s nachts en ’s winters. Dat het ergens in Europa altijd wél waait, blijkt ook al een Greenpeace mythe.

Zonder ‘fossiele’ centrales hadden we 28 Mei j.l. collectief hoogstens nog kunnen meezingen met de golden oldie ‘Where were you when the lights went out in NYC‘ – maar dan New-York moeten vervangen door ‘all over Europe‘.

Deense wind goed voor grofweg 10% van de stroom behoefte.

Deense wind goed voor grofweg 10% van de stroom behoefte.

Windstil in heel Europa

Windstil in heel Europa

Zon- & wind vervangen domweg geen baseload. Sterker nog, het omgekeerde is het geval. Naarmate we meer weersafhankelijk vermogen aan de capaciteit toevoegen, moeten we meer stand-by capaciteit toevoegen. Hoe meer wind- & zonnestroom, hoe meer kolen-, gas of kernenergie centrales erbij moeten. En gezien de Amerikaanse Schaliegas revolutie, zullen goedkope kolen en bruinkolen daarbij vooraan staan. De CO2 uitstoot stijgt!

En dat gebeurt overigens in Europa ook keurig. Duitsland en Nederland hebben een zestal hoog vermogen kolencentrales in productie genomen en in de UK staan er een viertal kerncentrales in de planning voor de komende 10 jaar. Frankrijk werd – nota bene door ons CPB – gekapitteld wegens het niet halen van de duurzame energie doelstellingen. Tegelijkertijd is datzelfde Frankrijk een voorbeeldland wanneer we kijken naar de CO2 emissie doelen.

Frankrijk stoot voor de elektriciteitsproductie amper CO2 uit

Frankrijk stoot voor de elektriciteitsproductie amper CO2 uit

Wind- & zon zijn in Zuid-Australië belangrijke stroom leveranciers, circa 40%. Met enige regelmaat ligt daar het maatschappelijk verkeer inmiddels compleet stil. Treinen staan stil, airco’s laten het afweten. Geen wind – of te veel wind, geen zon – en de energie voorziening staakt. Het stroomnet kan het niet aan, de touwtjes boven de grond ontploffen. Letterlijk.

Duitsland zal circa 30% weersafhankelijke stroom kunnen absorberen, een percentage wat in 2017 wel ongeveer bereikt gaat worden. Nederland kan iets minder weersafhankelijke stroom toelaten op het net. Waterkracht als balancerende factor lijkt mij een limiterende factor hier. Dat zie je vaker in delta’s – ze zijn in de regel nogal plat.

Een educated guess limiteert de hoeveelheid weersafhankelijke stroom die het Nederlandse net aan kan tot circa 25%. Hetgeen wij bij ongewijzigd beleid zo rond 2023 zullen bereiken. Bedenk daarbij dat de Nederlandse netbeheerder (TenneT) tot de beste van de wereld behoort. Zo u in Zuid-Afrika zou wonen, dan functioneert uw koelkast slechts een half uur naar behoren. En dat is dan per week … niet per dag.

In generieke zin is de hoeveelheid weersafhankelijke stroom wat een goed georganiseerd ‘grid’ kan verwerken beperkt. Het produceren van stroom is dan ook een non-issue, de grootschalige opslag daarvan is – gezien de basale wetten der fysica en economie – onoplosbaar.

Paard achter de wagen

Het is dan ook daarom dat de Duitse Autoriteit voor de Consument & Markt (ACM) – in Brussel – een buitengewoon interessant voorstel deed. ‘Reken de kosten van stand-by vermogen toe aan de leveranciers van (weersafhankelijke) wind- & zonnestroom‘.

Combineer dat eventueel met een CO2-tax en daarmee krijgt niet alleen CO2 emissie een prijs, maar leveringszekerheid ook. Immers weersafhankelijke stroom waar geen vraag naar is, blijkt economisch zonder waarde. Waardeloos. Letterlijk.