De wereld volgens Gert-Jaap…

Archive for mei, 2016

Zonnepanelen? Helaas. Nog niet aan beginnen, een voorspelling.

zondag, mei 15th, 2016

Ik doe er nog ééntje over zonne-panelen voor de kleinverbruiker. In plaats van de uitgangspunten uit de wervende folder ga ik uit van een meer reële benadering. De belangrijkste daarvan zijn een geleidelijke afbouw van de salderingsregeling na 2017 en verder dalende stroomprijzen op de markt.

Ieder gezin in Nederland betaalt nu circa 19 cent per kWh en dat is inclusief de opslag duurzame energie, energie belasting én de BTW daarover. Bij de salderingsregeling betekent dat, dat u ook voor de terug geleverde stroom die 19 cent per kWh ontvangt. Tot het maximum van het eigen verbruik.

Het gemiddelde verbruik van een Nederlands gezin is 3.600 kWh. U mag ’s zomers meer opwekken en het publieke net als batterij gebruiken om die stroom ’s winters tegen hetzelfde tarief terug te kopen – salderen. Nu iedereen zonne-panelen op het dak aan het leggen is, gaat deze salderingsregeling aan haar eigen succes ten onder en zal die worden aangepast.

Ik vermoed dat er een overgangsregeling gaat komen waarbij voor retour geleverde zonnestroom een lager bedrag ontvangen gaat worden. Uitgaan van een korting van 2 €cent per kWh per 2017 oplopend naar 10 €cent per kWh in 2022, lijkt mij niet irreëel. Een ander alternatief zou kunnen zijn dat de eigenaren van zonne-panelen geen Opslag Duurzame Energie zouden hoeven te betalen voor de door hen in de winter terug gekochte stroom. Voor de uitkomst maakt dat niet zoveel uit, de Rijksopbrengsten zullen leidend (lijdend) zijn.

We zien nu al dat de belasting op stroom verschuift naar belasting op gas. Dat is namelijk een heel eenvoudige manier om de subsidie op zonnestroom af te bouwen zonder dat de Rijk’s schatkist daar last van heeft. Overigens een voorstel van D66 om het belastingplan 2016 te kunnen steunen. Het kan verkeren.

Verder zal de marktprijs voor stroom dalen naar nihil of daaromtrent, juist door het enorme overschot aan wind- en zonnestroom. Dagprijzen voor stroom zijn nu al bij tijd en wijlen negatief, tegelijkertijd heeft de Duitse overheid aangekondigd die negatieve stroomprijzen vanaf 2017 niet langer te subsidiëren middels haar Energiewende.

Stroom levering zal dus op niet al te lange termijn – een jaar of vijf – gratis zijn. U gaat daarentegen betalen voor de beschikbaarheid daarvan. Het zogenaamde capaciteits- mechanisme. Overheden zullen fossiele centrales moeten betalen om in de stand-by modus te blijven staan en die rekening gaat u logischerwijze terugvinden. Een tender in Engeland om stand-by stroom te leveren werd overigens gewonnen door een leverancier van Diesel generatoren. De kolencentrales konden er niet tegen op.

Dat alles heeft een paar merkwaardige effecten voor uw zonne-paneel project. U gaat ’s zomers uw stroom surplus terugleveren aan de elektriciteitsmaatschappij voor (geschat 2022) 7 €cent per kWh en moet dat ’s winters terugkopen voor circa 17 €cent per kHw. Daarnaast krijgt u een rekening van give or take €400,- per jaar als bijdrage in het compenseren van de verliezen van de kolen centrales – de standby vergoeding. Met recht een wiskundig optimaliserings-vraagje, maar wel oplosbaar.

Bij een handige keuze voor de hoeveelheid zonnestroom panelen, kunnen we ervan uitgaan dat uw overproductie van zonnestroom in de zomer het tekort in de winter dekt. U verschuift daarmee 1800 kWh van de zomer naar de winter, de helft van uw verbruik.

Voor dat surplus aan zonnestroom ontvangt u 1800 kWh * 7 €cent = €126 euro. Om die stroom in de winter terug te kopen betaalt u 1800 kWh * 17 €cent = €306,-. U betaalt per saldo €220,- voor het gebruik van het stroomnet als batterij. De stand-by vergoeding en de korting op de energiebelasting spelen geen rol, die krijgt immers iedereen.

Wie geen zonnepanelen heeft, betaalt het hele jaar door 17 €cent per kWh = €612. Met zonnepanelen bespaart u dus €392 per jaar.

De vraag die ik wil beantwoorden is of het zinvol is om met een besparing van zeg €400,- per jaar middels PV, daarin te investeren? Kan ik een zonnestroom installatie kopen die ’s zomers 1800 kWh terug levert voor maximaal €400,- per jaar.

Ook die vraag laat zich beantwoorden. Om 1800 kWh terug te kunnen leveren heb ik een zonnestroom installatie nodig van 3600kWh, de andere helft is immers voor eigen gebruik. Een vierkante meter levert PV momenteel ongeveer 120 kWh per jaar, of te wel, ik heb 30 vierkante meter aan panelen nodig of 4,1 KiloWattPiek aan zon vermogen (bij een productiefactor van zon van 10%).

De investeringskosten daarvan bedragen momenteel €9.250,- geïnstalleerd en wel. Met een jaarlijkse besparing van €400,- duurt het dus tenminste 23 jaar voordat ik mijn zonnestroom project terug heb verdiend en wordt de technische levensduur redelijk benaderd. Veronderstellende dat de rentelasten & onderhoudslasten nihil zijn.

In werkelijkheid zullen de panelen de komende jaren én meer produceren én goedkoper worden. Er komt gedurende de komende 25 jaar een moment waarop het economisch verstandig is de oude panelen te verwijderen en te vervangen door goedkopere en beter presterende panelen.

Dat moment is bereikt wanneer de nieuwe investering meer opbrengt dan de oude na rente en afschrijvingslasten. Stel dat over 5 jaar de panelen 100% beter presteren en de aanschafkosten halveren. Dan heb ik nog maar 10 panelen nodig die ook nog maar €2.250,- kosten.

Over de gehele looptijd bespaar ik €12.000 (30 jaar x €400,- ) en investeer €9.750,- + €2.250 opnieuw na 5 jaar. In mijn voorbeeld niet toevallig ook €12.000,-. In mijn voorbeeldje is daarmee de economische levensduur – en daarmee de afschrijvingstermijn van mijn initiële investering 5 jaar.

Die economische levensduur ligt ver onder de terugverdientijd van 23 jaar en dus is mijn investering in zonnepanelen nu weinig zinvol. In werkelijkheid verwacht ik niet dat de opbrengsten zullen verdubbelen en investeringslasten binnen 5 jaar zullen halveren. De economische levensduur van zonne-panelen ligt nu ergens tussen de 5 en 7 jaar. Bij toekomstige dalende opbrengsten zal die nog wel wat hoger worden dan nu. Immers de toekomstige opbrengst van een nieuwe investering daalt per kWh dan ook.

Laten we eens uitgaan van 10 jaar. De jaarlijkse opbrengst van €400,- is bij lange na niet toereikend om de jaarlijkse afschrijvingskosten van €925,- mee te dekken. Wie €9.750,- over heeft, kan maar beter de hypotheek daarmee aflossen.

De grote vraag die blijft staan is uiteraard in hoeverre de verwachting omtrent de dalende vergoeding binnen de salderingsregeling ook werkelijkheid wordt. Blijven de huidige salderingsregeling én korting op de energiebelasting bestaan, dan worden de sommetjes wat zonniger en ligt de terugverdien tijd op 11 a 12 jaar. Maar ik zou er niet op rekenen.

Zonnepanelen economisch rendabel? Niet echt …

woensdag, mei 11th, 2016

Met enige regelmaat bereikt mij de vraag waarom zonne-panelen om bedrijfseconomische redenen elke 5 jaar vervangen zouden moeten worden? Ze doen het toch nog prima?

Nou, niet dus …  bedrijfscalculatie …

Zonne-panelen zijn nog altijd een verliesgevende investering, maar velen willen dat niet horen. De economische levensduur van bestaande panelen ligt momenteel tussen de 5 en 7 jaar, daarbinnen moeten ze terug verdiend zijn. Dat er in de wervende zonne-stroom brochures altijd weer niets zeggende teksten opgenomen staan als ‘terugverdientijd van 10 jaar’ en ‘daarna nog 15 jaar gratis stroom’, doet daar niets aan af.

De economische levensduur van een investering wordt bepaald door het aantal jaar waarna een hernieuwde investering meer toekomstige opbrengsten heeft dan het boekverlies van de oude investering en de nieuwe investering te samen. De technische levensduur is de duur waarop de investering het nog doet – in geval van zonne-panelen – stroom levert.

De economische levensduur – en daarmee de afschrijvingstermijn – wordt dus mede bepaald door de gemiste toekomstige opbrengsten van een hernieuwde investering. Iemand die zonne-panelen op het dak heeft gelegd moet jaarlijks de afweging maken of het inruilen van die zonnepanelen voor de meest moderne exemplaren winst oplevert. Een voorbeeld zal dit verduidelijken.

Stel ik heb in 2011 voor €10.000,- zonnepanelen gekocht met een jaarlijkse opbrengst van €1.000,-. Ik kan nu – 5 jaar later – die zonnepanelen vervangen door nieuwe exemplaren die jaarlijks €2000,- opleveren tegen een nieuwe investering van €10.000,-. Wat ga ik doen?

Over de gehele technische levensduur – stel 25 jaar – levert mijn bestaande zonnestroom project €15.000,- winst op (€25.000 opbrengsten minus €10.000,- investering). Gedurende het restant van die technische levensduur levert een nieuw zonnestroom project eveneens €15.000,- winst op (20 jaar x €2.000,- minus €10.000 nieuwe investering minus €5.000,- gemiste opbrengsten bestaande zonne-panelen).

Blijkbaar ligt het omslagpunt in mijn voorbeeld op 5 jaar na de initiële investering. Daarmee is de economische levensduur van mijn bestaande zonne-panelen bepaald op 5 jaar. Wie rekent met een langere afschrijvingstermijn, houdt zichzelf voor de gek. Belangrijker, die mist dan dus ook een deel van de toekomstige opbrengsten en is een dief van eigen beurs. Het uitgegeven geld voor de initiële investering is weg en blijft weg en komt ook nooit meer terug.

Dat betekent dan ook dat de jaarlijkse afschrijvingskosten van mijn bestaande panelen €10.000,- gedeeld door 5 jaar – €2.000,- per jaar zijn. Bij een stroom opbrengst van €1.000,- per jaar levert mijn oude zonne-stroom project dus verlies op en had ik er domweg nooit aan moeten beginnen. Wie de verliezen wil beperken moet dan ook niet gaan rekenen met onrealistische afschrijvingstermijnen maar de bestaande panelen vervangen door nieuwe na afloop van die economische afschrijvingstermijn.

In mijn nieuwe zonne-stroom project zijn bij een economische levensduur van 5 jaar de kosten en opbrengsten in evenwicht. Er wordt nog steeds niets aan verdiend, wel koop ik bij vervanging de relatieve zekerheid dat het boekverlies van de initiële investering wordt goedgemaakt.

Wie dus aan zonne-panelen wil beginnen, ga vooral uw gang. Maar denk niet dat er iets aan verdiend kan worden. Wie ze heeft, doet er goed aan om met enige regelmaat te berekenen of tussentijdse vervanging niet zinvoller is. Wie ze niet heeft, begin er niet aan voordat de terugverdientijd uit de folder de economische levensduur van circa 5 tot 7 jaar bereikt.

Nabrander; Het produceren van zonnepanelen kost meer energie dan ze ooit zullen opleveren. De ‘return on energy’ is negatief in Noord-West Europa http://euanmearns.com/the-energy-return-of-solar-pv/

Zie ook Fred Udo over energie belastingen en zonnestroom http://www.cafeweltschmerz.nl/kees-de-lange-interviewt-fred-udo-de-energiebelasting-is-asociaal/

Stop met wind, begin met Thorium. Eenvandaag.

zondag, mei 8th, 2016

Zowel in de uitzending van Eenvandaag van vrijdag 6 Mei jl (http://bit.ly/23wFc0Y) als de bijdrage van Martin Sommer in de VK van zaterdag 7 Mei (http://bit.ly/1rAvaAa) wordt terecht de vloer aangeveegd met de windenergieplannen binnen het energie akkoord.

Twitter in het energie landschap ontplofte bijkans en de belangenclubs zoals het NWEA , maar ook de Dong scribent Jasper Vis schoten in de stress. Zie hier ‘Belooft Eenvandaag luchtkastelen’ http://bit.ly/1WRueDb . De tegenstanders van die malle molens hebben de media strategie van de adepten gekopieerd, dus paniek in de tent.

Maar laten we de meest relevante onderdelen van de bijdrage van onze Dong scribent eens op haar merites – de feiten – beoordelen;

Voice-over: “8 miljard euro is de jaarlijkse subsidie die het Rijk beschikbaar stelt voor de bouw van windmolens”

Er wordt geen subsidie gegeven voor de bouw van windmolens, maar voor de duurzame energie die windmolens produceren. Voor windenergie op land kan SDE+ subsidie aangevraagd worden. Daarbij concurreert windenergie op land met andere vormen van duurzame energie. De projecten die tegen de laagste kosten duurzame energie leveren krijgen subsidie toegekend. Als een andere technologie goedkoper is, dan zou windenergie op land geen subsidie krijgen. In 2016 is het totale budget voor de SDE+ tender eenmalig 8 miljard euro voor alle vormen van duurzame energie. Dat is geen jaarlijkse subsidie, maar het maximale bedrag dat over de looptijd van de projecten (voor wind- en zonne-energie 15 jaar) wordt uitbetaald.’

Dit is spelen met woorden. In 2016 is het totale budget voor de SDE+ tender eenmalig 8 miljard euro, daarnaast is er in 2016 een geoormerkte tender voor wind op zee van nogmaals eenmalig 5 miljard euro (beiden gedurende 15 jaar uit te betalen). Het totale bedrag wat over de periode 2011/2026 voor duurzame energie (SDE+ regeling) is gealloceerd bedraagt 64 miljard en is waarschijnlijk te weinig (Algemene Rekenkamer).

Wind energie is daarbinnen by far de grootste subsidie slokop. De jaarlijkse subsidie voor duurzame energie bedraagt daarmee grosso modo gemiddeld €4,2 miljard euro per jaar, tenminste 15 jaar lang. U krijgt er niet meer of minder – of andere stroom voor. Dat is dus in totaal €10.000 voor elk gezin, hetgeen geïncasseerd wordt middels uw energierekening. Een typisch gevalletje van ‘follow the money’.

Nu de Opslag Duurzame Energie (ODE) bestaat en buiten de Rijksbegroting valt, is er een een extra belastingkraan geëffectueerd. En hierover hoeft geen politieke verantwoording te worden afgelegd. Het begrotingstekort stijgt niet met een toename van de uitgaven voor duurzame idealen, uw rekening daarentegen wel. U gaat na 2023 €100,- per maand meer betalen – ook met nul op de meter.

Voice-over: “De harde feiten zijn dat zonnepanelen voorlopig te weinig rendement opleveren en windenergie simpelweg geen toekomst heeft”

Wat betreft zonnepanelen is de vraag welk rendement er bedoeld wordt. Als het gaat om de energieopbrengst: in Duitsland leverde zonnepanelen in 2015 met 37 miljard kWh meer elektriciteit dan gascentrales (30 miljard kWh). Als het gaat om het financiële rendement: in Dubai leverde een tender afgelopen maand een groot zonne-energie project op tegen een prijs van 2,6 eurocent per kWh. Tegen die prijs kan vrijwel geen andere energiebron stroom produceren. Natuurlijk is er in Dubai aanzienlijk meer zonlicht dan hier in Nederland en is de kostprijs van zonne-energie daardoor hier hoger (12,8 ct/kWh volgens ECN). Het laat wel zien hoe spectaculair de kosten van zonne-energie zijn gedaald en dat er met het rendement van zonnepanelen weinig mis is. Zonne-energie is de afgelopen jaren wereldwijd dan ook jaarlijks met dubbele cijfers gegroeid.

Feit is dat het Dubai project nog gebouwd moet worden en de prijsstelling vooraleerst met een hoop onzekerheden is omgeven. Wat is het financieringsarrangement, afname- en leveringsplicht en waar komt de stroom vandaan wanneer het donker is en tegen welke kosten?

Feit is ook de de zonnestroom investeringen in Duitsland geïmplodeerd zijn. Niet omdat opeens bij onze Oosterburen de eeuwige duisternis is ingetreden maar omdat de prijs neerwaarts bijgesteld is naar 30 cent per kWh. De markt heeft dus besloten dat zonnestroom onder de 30 cent per kWh niet rendabel is. Waarin Nederland daarin zou verschillen van Duitsland is mij niet duidelijk. Ik vermoed dat het ECN rekent met een afschrijvingstermijn van de technische levensduur (15 jaar) ipv de economische levensduur (5 jaar). Daarmee kun je cosmetisch elke kostprijs verlagen.

Zonnestroom DL 2015

De stelling dat windenergie geen toekomst heeft roept de vraag op waarom nogal verschillende landen als China, de VS, Duitsland en Brazilië (om er maar een paar ten noemen) op grote schaal investeren in windenergie

China heeft besloten om niet meer te investeren in windenergie (windstroom is daar vooral afval – http://reut.rs/1q76Ft8 ) en Duitsland is voornemens om wind op land vanaf 2019 af te bouwen. In de VS is het enthousiasme ook al tanende, de weerstand tegen de zogenaamde tax-credits neemt alleen maar toe. Duizenden windmolens staan daar vooral te roesten in het landschap http://bit.ly/24Db8Xe . Overigens heeft ook het voorbeeldland Denemarken de windenergie plannen eerst maar even in de koelkast gezet wegens toenemende weerstand en door het plafond geschoten consumenten prijzen voor stroom (http://bit.ly/1Zt7EQo). Zweden idem (http://bit.ly/1WW6wFC).

De stelling dat wind energie geen toekomst heeft is derhalve juist – de voorbeeldlanden erkennen dat ook en herijken het beleid dienaangaande dan ook massaal.

Op de website van EenVandaag zegt Jeroen Hetzler: “Het zou veel beter, veel efficiënter en veel goedkoper zijn te investeren in een thoriumcentrale. Een dergelijke centrale zorgt er voor dat energie altijd voorradig is. Als we afhankelijk zijn van alleen maar wind- en zonne-energie is het maar de vraag of mijn toiletlampje het doet op elk gewenst moment.” 

‘Dit is wat mij betreft de meest opmerkelijke uitspraak in de uitzending. Nederland zou direct moeten investeren in de bouw van thoriumcentrales. De techniek van thoriumcentrales met gesmolten zout is echter nog in ontwikkeling en we kunnen op dit moment helemaal geen thoriumcentrales bouwen. Er is eerst nog veel onderzoek nodig. Volgens pleitbezorger van thoriumcentrales prof Kloosterman van de TU Delft zijn er nog technologische hordes te nemen en kan het nog wel enkele decennia duren voor er een werkende thoriumreactor bestaat. Over de kosten van een dergelijke reactor is voor zover ik weet nog weinig bekend.’

Wederom een semantische discussie. De ingenieur Hetzler heeft natuurlijk gelijk. Om te komen tot een goedkope, emissievrije, schaalbare en betrouwbare energie voorziening is Thorium bij uitstek velen malen beter geschikt dan weersafhankelijke stroom. Het licht aandoen omdat de zon schijnt of de droogmachine aanzetten omdat het waait is op zijn minst onhandig.

Thoriumcentrales zijn bovendien niet nieuw. In de jaren zestig heeft er in Amerika al eentje vijf jaar naar volle tevredenheid gedraaid. De kanttekening van professor Kloosterman gaat dan ook over de ontwikkeling van nieuwe materialen, die 50 jaar of langer risicoloos meegaan. Overigens een oplosbaar probleem omdat in de huidige ontwerpen de reactorvaten als Lego steentjes gewoon elke 5 jaar worden vervangen.

Dat Thorium centrales nog niet in de supermarkt bij de kassa liggen is evident. Tegelijkertijd zijn het juist China, India, Indonesië maar ook Noorwegen en Duitsland die daar wel vol op inzetten. Het eerste kleinschalige prototype Thorium centrale moet in 2021 operationeel zijn in Indonesië. Zelfs wanneer dat een decennium tegenvalt, is er niet zo veel aan de hand.

Er is geen enkele urgentie voor een energie transitie, hoe zeer de exploitanten van wind- en zonnestroom u anders willen doen laten geloven. Van CO2 wordt de wereld vooral groener http://bit.ly/1WSCx1m . In 2040 zal dan ook in de echte wereld het hernieuwbaar deel van de energie voorziening beperkt blijven tot circa 2,4%. Hoeveel windmolens wij in Nederland dan ook zouden plaatsen …

Hernieuwbaar 2040

De keuze waarmee Eenvandaag de kijker confronteert is dan ook de volgende; Gaan wij €64 miljard laten wegwaaien richting een beperkt aantal windenergie exploitanten (de leden van de NWEA) of gaan wij – zeg 10% van dat bedrag – investeren in elementair onderzoek & realisatie van de energievoorziening van de toekomst? Thorium. De €58 miljard die overblijft, kan dan worden ingezet in de zorg, onderwijs, veiligheid etc. of bij de belastingbetaler blijven.

Om in de terminologie van onze wind vrienden te blijven – blijven wij gratis geld van onze kinderen gebruiken om de exploitatie verliezen van fossiele windtechnologie te betalen? Met wind energie schuiven wij de rekening namelijk vooral door naar onze kinderen en kleinkinderen, zonder dat we daarmee een probleem oplossen. Stopt de subsidie, dan staat het windpark stil.

De stelling dat het veel beter, veel efficiënter en veel goedkoper zou zijn om te investeren in Thorium technologie is derhalve juist.