De wereld volgens Gert-Jaap…

Archive for december, 2015

De wet Stroom en de blunder van het CDA

zondag, december 27th, 2015

Op de laatste vergaderdag van de Eerste Kamer heeft deze de wet Stroom weggestemd met de kleinst mogelijke meerderheid. Tegen waren naast de SP, PVV, PvdD, 50plus en de OSF, de fractie van het CDA. Deze politieke partijen – en uiteraard GroenLinks – waren tegen het zogenaamde groepsverbod voor elektriciteitsbedrijven.

Een uitermate merkwaardige tegenstem, want dat groepsverbod stond helemaal niet – nieuw opgenomen – in het wetsvoorstel. Dat groepsverbod bestaat al sinds 2006 in de wet WON (Wet Onafhankelijk Netbeheer) en is destijds aangenomen met alleen de SP fractie als tegenstem. De PVV, PvdD en 50+ waren in de Tweede Kamer destijds niet vertegenwoordigd. GroenLinks & het CDA uiteraard wel, zij zijn dus blijkbaar opeens van mening veranderd – gekanteld zogezegd.

Maar waar gaat dat groepsverbod nou eigenlijk over en waarom willen GroenLinks en het CDA daar opeens vanaf?

Dat groepsverbod gaat over het verplicht splitsen van energiebedrijven in stroom producenten en bedrijven die stroom transporteren – de stroomtouwtjes naar uw woning. De EU heeft besloten – met instemming van de Tweede Kamer – dat de Nederlandse energiemarkt ook opengesteld moest worden voor andere dan uitsluitend Nederlandse stroom leveranciers. U kunt inmiddels kiezen uit tientallen stroomleveranciers en het overstappen naar een andere, kan U jaarlijks honderden euro’s schelen. Me dunkt, een doorslaand politiek succes.

Het kabinet Balkenende II (jawel, die van het CDA) heeft in 2006 tegelijkertijd besloten dat het netbeheer niet aan de markt moest worden overgelaten, maar in publieke handen moest blijven. Het privatiseren van het netbeheer – die touwtjes naar uw woning – is onwenselijk. Immers de enige manier voor een consument om een andere netbeheerder te krijgen, is domweg verhuizen. Daarmee zouden private netbeheerders de facto een knop krijgen om ongelimiteerd rekeningen te sturen naar uw adres. De klant heeft geen enkele andere keuze, dan betalen of verhuizen.

Alle energiebedrijven in Nederland hebben die wet Onafhankelijk Netbeheer dan ook inmiddels uitgevoerd. Met slechts een tweetal uitzonderingen, te weten de firma Eneco en de firma Delta. De stroombedrijven, die overbleven kent u bijvoorbeeld onder de namen Essent en NUON, inmiddels onderdeel van het Duitse RWE respectievelijk het Zweedse Vattenfall.

De voormalige aandeelhouders van Essent & NUON (100% lagere overheden) zijn daar schathemeltje rijk van geworden, de consument en belastingbetaler dus ook. Door zwaar gesubsidieerde hernieuwbare energie zitten zowel RWE en Vattenfall nu overigens in de problemen.

Feitelijk is in Duitsland de EnergieWende – en in Nederland het Energieakkoord – tijdelijk de zwanenzang voor traditionele stroom leveranciers geworden. Alleen wel op kosten van de belastingbetaler, waarbij de energiereuzen de groene activiteiten nu massaal onderbrengen in een ‘bad bank’. Ook groene subsidies zijn namelijk uiteindelijk eindig …

De kerstboodschap van de EON directie was dan ook luid en duidelijk; Geen van de doelstellingen van de Duitse EnergieWende is bereikt. Groene werkgelegenheid, duurzame stroom en CO2 uitstoot vermindering zijn vooral een zwaar gesubsidieerde farce gebleken (Frankfurter Algemeine, 26 december 2015)

De firma’s Eneco en Delta hebben beiden structureel geweigerd om het stroombedrijf af te splitsen van het netbeheer – zij hebben geweigerd om de wet uit te voeren. Na 10 jaar ligt er dan eindelijk een aanwijzing van de ACM (Autoriteit Consument & Markt). Elke procedure – tot en met de Hoge Raad aan toe – hebben deze twee energiebedrijven verloren.

Het CDA noch Groenlinks stellen zichzelf de vraag … waarom? Wat is het belang van Eneco en Delta om te weigeren een democratisch vastgestelde wet gewoon uit te voeren? Het antwoord daarop is gewoon een ‘follow the money’ exercitie …

De groene en religieuze politici hebben zich laten overtuigen door de Eneco/Delta lobby, dat het splitsen ten koste gaat van werkgelegenheid en het financieren van duurzame initiatieven. Dat is an sich correct, immers onrendabele stroombedrijven hebben het moeilijk in de markt. Alleen zijn Eneco en Delta voor 100% in handen lagere overheden en die willen voor geen goud de jaarlijkse dividend uitkering – miljoenen – missen. En die worden verdiend met de afdeling stroom touwtjes.

Deze Provincies en gemeentes weten feilloos dat hun stroombedrijf min of meer waardeloos is en dat de cashcow het netbedrijf is. Dat netbedrijf heeft immers een ongelimiteerde mogelijkheden om uw stroom rekening op te schroeven onder de titel ‘transport vergoeding’. Om zo de dividend uitkering zeker te stellen en de risico’s van groene initiatieven af te wentelen. De enige manier om van uw Eneco/Delta rekening voor stroom leverantie af te komen is verhuizen!

Daar zullen die lagere overheden toch wel prudent mee omgaan? Nou, nee, niet echt …

De stroomfirma Eneco is bijvoorbeeld een paar jaar geleden een langjarig contract aangegaan met het Franse Air-Liquide, waarbij Eneco de stroom van de gezamenlijke operatie zou afnemen. Het Eneco netbedrijf – uw stroomtouwtjes – stond daarbij garant (een zogenaamde 403 verklaring). Maar toen de marktomstandigheden wijzigden – door de Energiewende / het energieakkoord ontstond er een overschot aan stroom – daalde de marktprijs voor stroom. Eneco ging nat voor €1,3 miljard(!) – betaald uit de transportvergoeding.

Eneco financiert groene initiatieven uit de belastingkraan van de stroomtouwtjes. Vandaar ook dat Eneco – terecht – beweert, dat bij een verplichte splitsing er geen €400 miljoen is voor bijvoorbeeld een Rotterdams warmtenet. De groene plannen die Eneco entameert, worden betaald door de consument welke ongelukkigerwijze aangesloten zit op een Eneco touwtje. Voor de firma Delta geldt mutatis mutandis het zelfde. Zij willen ook af van verlieslatende activiteiten. Maar dan evenzeer uitsluitend op kosten van de belastingbetaler. U … en ik.

De aandeelhoudende gemeentes van Eneco/Delta hebben daarentegen de dividend opbrengsten gewoon in hun begroting staan. Vandaar de politieke druk op de Eerste Kamerleden van met name het CDA. Of die volksvertegenwoordigers van het CDA hebben niet begrepen hoe het werkt, of die leden hebben een andere duurzame agenda. Ik vermoed het eerste.

Het CDA heeft op een – bij voorbaat verloren punt – powerplay gespeeld. Met als resultaat dat de verplichte splitsing van Eneco en Delta gewoon doorgaat – en terecht. Tegelijkertijd is ‘wind op zee’ met tenminste een halfjaar uitgesteld en wellicht zomaar afgesteld. Zo ‘wind op zee’ vertraagd doorgang vindt, heeft het CDA vooral bereikt dat het een slordige €3 miljard duurder wordt, €1.500 per gezin. De belasting verlaging van Rutte, is daarmee op de laatste vergaderdag van de Eerste Kamer, eerst door het CDA aangenomen en een paar uur later integraal teniet gedaan.

In mijn optiek moeten we zo snel mogelijk af van de ‘energie belastingkraan’ van lagere overheden. Het kan kwalijk de bedoeling zijn dat uw woonplaats bepaalt hoeveel energiebelasting u betaalt. Deze opstelling van een meerderheid van de Eerste Kamer is daarbij beschamend. De Eerste Kamer is er om wetsvoorstellen te toetsen aan de grondwet. Voor politieke besluiten hebben we de Tweede Kamer. Dit valt niet meer uit te leggen aan de deelnemers van onze parlementaire democratie – de spaarzame kiezer.

#Urgenda & de #KH2018 honingpotten

donderdag, december 10th, 2015

Leeuwarden (Friesland) wordt Culturele Hoofdstad 2018, een feest voor en door alle Friezen. In het bidbook, op basis waarvan die titel aan Leeuwarden gegund werd, komen een keur aan culturele activiteiten voorbij. In de geest van de tijd uiteraard gelardeerd met de gebruikelijke terminologie over natuur, verbindingen en vooral niet te vergeten heel veel ‘Mienskip’.

Wat in dat bidbook niet voorkomt, is het woord ‘Klimaat’. Tegelijkertijd zien we de activistische klimaatclub Urgenda zich steeds dichter bewegen richting de culturele honingpotten. Zo poppen bij de KH2018 opeens allerlei Urgenda projecten op, onder de noemer ‘duurzame dorpen’ en idealen als ‘fossiel vrij’.

Terecht dat de VVD Leeuwarden en Friesland daarover vragen stellen. Het kan kwalijk de bedoeling zijn dat de culturele budgetten voor de KH2018, landen in de steekzakken van de firma Urgenda. Dat zou in flagrante tegenspraak zijn, met hetgeen de Leeuwarder Raad & Provinciale Staten hebben besloten op basis van dat bidbook.

Urgenda heeft zich inmiddels diep ingenesteld bij een aantal duurzame ondernemers en binnen het lokaal groen politieke – en ambtelijk – metier. De voorlieden van Urgenda in de vorm van Mw. Minnesma en de kantelaar professor Dhr. Rotmans kunnen we met enige regelmaat aantreffen op het Friese Provinciehuis. Meer in het bijzonder, vooraan in de rij bij het subsidieloket.

Een paar duurzame ondernemers nemen nu de lokale VVD de maat, middels een publicatie in het Friesch Dagblad; ‘De VVD verstaat op gebied van duurzaamheid de tijd niet’. Een boute en aantoonbaar onjuiste bewering, welke hoogstens getuigt van een gekleurd inzicht in de duurzame werkelijkheid.

Juist de VVD is overtuigd van de noodzaak om te komen tot een meer duurzaam Friesland. Men hoeft alleen de doelstellingen in het Provinciaal College akkoord er maar op na te slaan. Ook de VVD is een groot voorstander van duurzame innovaties en van nieuwe vormen van duurzame energie. Daarbij aangetekend, dat windparken daaronder niet vallen, zijnde fossiele technologie. Windparken zullen zonder een doorlopende stroom aan subsidies nooit rendabel kunnen worden. Echt duurzaam is het logischerwijze pas, wanneer het ook onder de streep groen is.

De Culturele hoofdstad 2018 gaat over cultuur, niet over klimaat. Klimaat retoriek onderbrengen bij de culturele hoofdstad, is culturele milieu vervuiling.

Om de Urgenda kantelaar professor maar te citeren; ‘De beste transitie begint met het afschaffen van jezelf’. Het zou onze duurzame ondernemers en politici dan ook sieren, om de firma Urgenda zelf, daarbij dan ook vooral niet in de weg te lopen.

We’ve just wasted a good crisis …

dinsdag, december 8th, 2015

De jaarlijkse discussie over het basis inkomen vinden we altijd terug zo rond Sinterklaas. Het idee is, dat iedere Nederlander – stel – €750,- per maand netto krijgt (AOW alleenstaande) en dat de bijstandsuitkering plus de wereld aan toeslagen worden afgeschaft. Gaat iemand aan het werk, dan blijft dat basis inkomen gewoon bestaan. Tegelijkertijd laten we de relatie tussen ‘werken voor je uitkering’ los, de bureaucratie om de bijstandsuitkering heen, heffen we op.

Dat lijkt op het eerste oog een prima plan, maar er zijn een paar vervelende nadelen. De eerste is logischerwijze, wie gaat het betalen? Gratis geld bestaat niet, dus de inkomstenbelasting voor de wel werkende beroepsbevolking stijgt door het plafond. CPB berekeningen leren dat de hardwerkende Nederland nog maar 50% van zijn bruto inkomen overhoudt – of te wel 35% na het betalen van sociale verzekeringen zoals de zorgpremies.

Een tweede vervelend nadeel is, dat een bijstandsgezin met volwassen kinderen €3.000,- per maand ontvangt en de alleenstaande AOW’er maar €750,-. Ik geef het u te doen. In no time gaat Den Haag weer differentiëren naar gezinssamenstelling en inkomen én is de bureaucratie weer net zo hard terug. Al met al dus een slecht plan.

Maar het kan ook anders.

Als we iedereen nou eens een belastingvrije voet gunnen ter hoogte van het bijstandsminimum. Dat klinkt logisch. Immers stellen we eerst vast dat er een bestaansminimum in Nederland bestaat, maar voor wie daarvoor gewoon voor werkt, belasten we dat inkomen deels weg. Dat is natuurlijk raar.

Sterker nog, ooit hadden we zo’n belastingvrije voet. Onder Wim Kok is die vervangen door een zogenaamde Tax Credit, zodat die belastingvrije voet werd afgerekend tegen het laagste tarief voor de inkomsten belasting. Onder het mom van iedereen even arm. Evenzeer redelijk bizar, het motiveert nou niet bepaald om een hoger inkomen te genereren.

Maar buiten de politieke doctrines om, is er wel een begaanbaar politiek middenpad. We schaffen de Tax Credit van Wim Kok weer gewoon af en gaan terug naar een belastingvrije voet ter hoogte van dat minimum inkomen. Wie dat bestaans-minimum niet haalt, ontvangt automatisch de negatieve inkomsten belasting maandelijks op zijn rekening. Met een eindafrekening per 31 december van enig jaar.

Wie dus aan het einde van de maand zijn ‘vrije fiscale ruimte’ niet heeft opgesoupeerd, ontvangt een fiscale aanvulling. Wie omgekeerd die ‘vrije fiscale ruimte’ al na de eerste week heeft benut, kan dat afrekenen tegen het hoogste tarief voor de inkomstenbelasting. Het loont dus om zoveel mogelijk te verdienen en tegelijkertijd hoeft niemand door de sociale hoefjes te zakken.

Een dergelijke stelselwijziging is min of meer budget neutraal. De Rijksopbrengsten wijzigen niet wezenlijk, want er zijn maar relatief weinig mensen die het top-tarief voor de inkomstenbelasting betalen. De hypotheek rente aftrek blijft gewoon bestaan, alleen het toeslagen circus – en dus alle 250 aanvullende minima regelingen – worden afgeschaft.

Gemeentes wordt het verboden om aan inkomens-politiek te doen. Bijzondere bijstand – exit, vrijstelling gemeentelijke heffingen – exit, voedselbank, kledingbank, Sinterklaasbank, voedselbank voor honden (Amsterdam) – exit. Maatwerk mag blijven bestaan, maar uitsluitend op individueel niveau en als laatste redmiddel.

Wat daar voor nodig is? Niet eens zoveel, maar een politiek metier wat cliëntelisme over de schutting kiept is wel het minste. We’ve just wasted a good crisis …

Groene SDE+ projecten als financiële bleeders …

zondag, december 6th, 2015

Wie wat dieper rond kijkt in de wereld van de duurzame energie, komt soms tot verrassende conclusies. Eén van de belangrijkste subsidie instrumenten die de overheid gebruikt, is de zogenaamde SDE+ subsidie. Dat is een subsidie voor de exploitanten van hernieuwbare energie om het verschil tussen de marktprijs voor stroom – en de productiekosten daarvan – te overbruggen.

Die SDE+ subsidie wordt betaald op elke werkelijk geproduceerde groene kilowattuur en is gebonden aan een maximum. Bij een stijgende marktprijs voor stroom daalt de subsidie navenant. Maar bij een dalende marktprijs voor stroom, wordt dat verlies niet gecompenseerd met extra subsidie.

Het totaal wat Den Haag uitbetaalt aan subsidies op groene energie, wordt integraal omgeslagen over de energie rekening van huishoudens. Het verhogen van deze groene subsidies doet de Rijksbegroting dus geen pijn, maar u merkt het wel degelijk in de portemonnee. Een gemakkelijke manier om de geldkraan duurzaam open te zetten, er staat immers nooit een politiek gevoelige bezuiniging tegenover.

In de business plannen voor duurzame projecten, wordt steevast gerekend met een toekomstig stijgende elektriciteitsprijs. In de regel met circa 2% per jaar. Omdat bij een stijgende elektriciteitsprijs de opbrengst voor de verkochte stroom toeneemt – en de SDE+ subsidie dus navenant afneemt – is die stroom prijs van ondergeschikt belang bij het presenteren van de groene business cases.

Het omgekeerde geldt echter niet. Bij een dalende marktprijs voor stroom is Leiden in last. Immers de opbrengst voor de verkochte stroom neemt af, maar de SDE+ subsidie niet toe. Wie denkt dat de invloed van de stroomprijs slechts een centen kwestie is, heeft deels gelijk. Maar door een prijsdaling van slechts één cent per kilowattuur, nemen de opbrengsten van de meeste groene projecten af met een slordige 10%. Minder opbrengsten, die volledig gedekt moeten worden uit het geprognosticeerde rendement, wind- en zon zijn immers gratis. Aan de kostenkant valt niets te verdienen.

Nu hoor ik vrijwel alle duurzame ondernemers en politici roepen dat de stroomprijs alleen maar kan stijgen. Dat is slechts de halve waarheid. De kosten voor de consument zullen ontegenzeggelijk door het plafond gaan, de ODE (Opslag Duurzame Energie) is daarbij een belangrijke speler. Ook de energiebelasting doet daarbij grappig goed mee, de opbrengst daarvan kan Den Haag domweg niet missen.

Maar de marktprijs voor stroom – de opbrengsten van de groene stroom leveranciers – daalt alleen maar. Die daling vindt u jaar na jaar terug op uw energie rekening. Alleen weet onze overheid dat keurig te maskeren door de verhoging van de belastingcomponent. Sinds 2007 is de stroomprijs grofweg gehalveerd tot een slordige 2,7 cent per kWh in 2016 en die daling zet nog wel even door. Stroom wordt niet duurder, maar alleen maar goedkoper …

De wind molenaar zet dus extra overbodige stroom op het net en ziet logischerwijze de waarde daarvan dalen. Zijn business case gaat gestrekt, een prijsdaling was niet opgenomen in de risico analyse.

De oorzaak hiervan ligt in de voorrang die hernieuwbare energie op het net wettelijk heeft gekregen (Feed In). Niet de waarde van de geleverde stroom is doorslaggevend, maar de herkomst. De goedkoopst geproduceerde ‘grijze’ stroom mag pas als laatste het net op.

Wanneer het op een zondagavond hard waait – en de stroomvraag marginaal is – is het voor de groene producent zelfs lucratief om de afnemers te betalen. U ontvangt geld om de TV aan te zetten. De stroomprijs is negatief, maar door de SDE subsidie ontvangt onze wind molenaar tenminste nog iets.

Stroom heeft pas waarde wanneer de gebruiker het nodig heeft, niet omdat het aanbod er is. U wilt de lamp niet aanzetten omdat de zon schijnt of de koelkast omdat het waait. Aanbod gestuurde energie is zonder vraag daarnaar, de facto zonder economische waarde, letterlijk waardeloos.

Subsidie gedreven groene energie, is dan ook uiteindelijk economische zelfmoord voor de producenten daarvan. En dat verklaart dan ook waarom grote leveranciers zoals EON & RWE hun groene activiteiten onderbrengen in een ‘bad bank’. Na het aflopen van de subsidie beschikkingen, kunnen ze de groene projecten eenvoudig uitfaseren, zonder deze ten laste te brengen van het primaire proces.

Onze groene adepten staan daarbij te juichen, maar hebben geen enkele notie van het waarom of van de gevolgen daarvan. Hun oplossing zal bestaan uit het bedenken van extra subsidies na afloop van de SDE+ termijn. Onderwijl zullen juist een groot aantal met SDE+ gesubsidieerde projecten met oplopende verliezen geconfronteerd worden.